Schijnzelfstandigheid 2026: strengere handhaving — wat zijn de risico’s voor jou?

Het gedoogbeleid is definitief voorbij. Vanaf 2026 handhaaft de Belastingdienst zonder zachte landing. Verzuimboetes blijven vooralsnog uit, maar vergrijpboetes bij opzet of grove schuld zijn wel mogelijk. Naheffingen gelden met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Voor zowel zzp’ers als opdrachtgevers is het dus zaak om de arbeidsrelatie goed op orde te hebben.

Wat is schijnzelfstandigheid precies?

Er is sprake van schijnzelfstandigheid als iemand werkt als zzp’er, maar feitelijk onder gezag staat van de opdrachtgever. De manier van werken bepaalt dit, niet het contract. De Belastingdienst kijkt naar factoren zoals aansturing, werktijden en ondernemersrisico. Een modelovereenkomst biedt dus slechts beperkte bescherming als de praktijk er anders uitziet.

Hoe gaat de Belastingdienst controleren?

In 2026 blijft de Belastingdienst actief handhaven op schijnzelfstandigheid. Controles starten meestal met een bedrijfsbezoek waarbij de feitelijke werksituatie wordt beoordeeld. Naheffingen over 2025 en 2026 zijn mogelijk. De Belastingdienst kan met terugwerkende kracht handhaven tot 1 januari 2025 — bij een controle in 2030 kan een naheffing over vijf jaar volgen, plus eventuele boetes.

Wat zijn de gevolgen als het misgaat?

Bij herkwalificatie betaal je naheffingen loonheffingen, premies werknemersverzekeringen en mogelijk pensioenpremies. Bij opzet of grove schuld volgt een vergrijpboete van 10% tot 100% van de naheffing. Wanneer een zzp’er als schijnzelfstandige wordt aangemerkt, verliest hij of zij bovendien fiscale voordelen zoals de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

Wat kun je doen?

Het is verstandig om bestaande zzp-relaties periodiek te herbeoordelen, zeker als zij al langer lopen. Leg alles goed vast in een overeenkomst die aansluit op de praktijk. Twijfel je of jouw situatie de toets doorstaat? Neem tijdig contact op — samen kijken we of jouw administratie en contracten aansluiten bij de actuele regelgeving.